Boeken

Waarom ga je niet aan de drank

Waarom ga je niet aan de drankNederlanders in onweerstaanbare cartoons. Martin Simek als AnoNe. Ik begin een hond te tekenen. Probeer het ook eens, als u nog nooit hebt getekend, uw best doen op een hond. Het duurt twaalf tot vijftien minuten. En als het af is denkt u: waar ken ik die hond van? U hebt namelijk onbewust alle honden nagetekend die u als kind in uw kinderboeken bent tegengekomen. Het resultaat is een goulash van al die honden. Toptennissers lijken nooit op elkaar, wist ik. Ieder heeft zijn eigen stijl. Dus toptekenaars ook. Nog vier dagen. IJsberend door mijn kamer zie ik plotseling onze keuken in Praag vol stoom. Mijn moeder staat achter het fornuis knedlíet eerste licht boven de stad heeft Thomas Verbogt op een zuivere en ontroerende manier het wezen van vriendschap weten te vangen. De intense herinneringen aan Frans Kusters worden gevolgd door een persoonlijke keuze uit zijn verhalen.

Recensie

Meer dan 250 zwart-wittekeningen en tekstjes van Martin Simek over de mens en zijn gedrag. Haastig ogende krabbels met grappig en diepzinnig bedoelde woorden, waarbij de tekeningen die woorden ondersteunen, maar ook zonder tekening heel leesbaar en origineel zijn. ‘Ben ik ook onmisbaar?’; ‘Sinds ik me vrouwvriendelijk opstel, neuk ik me suf’; ‘Ik verplaats me niet graag en zeker niet in iemand anders’; ‘Onder de dictator wist ik tenminste waarom mijn leven klote was’; ‘Vandaag drink ik, ik moet vanavond vrijen’ en zo nog heel veel teksten die eigenlijk ook zonder tekening kunnen. Simek is geen tekenaar, maar kan wél uitdrukken. Het geheel is vergelijkbaar met het werk van Peter van Straaten, maar dan harder, cynischer en in een slordiger stijl getekend.

P.J. Nieuwendijk

> Lees meer: Voorwoord Cartoonist

De vuurvliegjes achterna

De vuurvliegjes achternaEigenlijk is ieders leven een boek, maar zeker dat van Martin Simek. Het is als verhaal niet kapot te krijgen, of de schrijver zou van slechten huize moeten komen. Maar Simek komt van goeden huize. Letterlijk ook. Dat maakte hem bij zijn geboorte al meteen tot vijand van het volk. In 1968 ging het IJzeren Gordijn tijdens de Praagse lente heel even op een kier. De negentienjarige Martin Simek vluchtte. Het was een vlucht naar voren, naar de zo fel begeerde vrijheid. Bijna door toeval kwam hij in Nederland terecht. De kersverse vluchteling vroeg zich al snel af waarom de mensen hier de vrijheid niet is aan te zien. Kinderlijk blij als hij was met alles, voelde hij zich soms een stralende idioot te midden van zijn nieuwe landgenoten.

Recensie

In dit boek beschrijft de auteur hoe hij in 1968 zijn geboorteland Tsjechoslowakije ontvluchtte en in Nederland terecht kwam. Dat jaar smoorde het Warschaupact de Praagse Lente in de kiem. Simek (geboren in 1948) studeerde bedrijfseconomie en werkte als tenniscoach. Later werd hij een bekend columnist en eigenzinnig interviewer met (gecultiveerd) Slavisch accent. In 2009 won hij de belangrijkste Nederlandse radioprijs van Nederland, de Zilveren Reismicrofoon. Treffend is zijn persoonlijke beleving van zijn vlucht uit het socialisme, met de vreemde avonturen in tussenstation Wenen. Zijn verbazing over het vrije leven in het Westen en zijn indrukken verwoordt hij humoristisch. Het boek is ontroerend en het is boeiend voor liefhebbers van Simeks columns, zijn cartoons, zijn radiowerk en zijn interviewstijl. Hoewel de politieke aspecten slechts terloops aan bod komen, is het ook een curiosum voor wie geinteresseerd is in Oost-Europa en Tsjechie in het bijzonder. In het jaar van de twintigste verjaardag van de ‘vrijmaking’ van Oost-Europa toont dit boek hoe begrijpelijk het was dat vrije geesten er wegvluchtten.

Louis Smit

Bloedsinaasappels

BloedsinaasappelsIn een verbouwd varkenshok schreef Šimek dit boek, omringd door bergen en sterrenhemels. Hier geen hondjes aan de riem, maar zwerfhonden en everzwijnen. Rotsen en afgronden in plaats van gebaande paden, en als douche een waterval met uitzicht op zee. Het is geen omgeving van grote standpunten en opinies waarin Šimek terechtkomt. In Calabrië regeert de ‘Ndrangheta, niet de staat. Daar voelen mensen zich thuis die op zichzelf durven te staan, en dat doet Martin Šimek al zijn leven lang.

Recensie

De bekende Nederlandse radio- en televisiepresentator en cartoonist van Tsjechische afkomst vertelt hoe hij ertoe gekomen is in een dorp in Calabrie te gaan wonen en beschrijft het leven daar. Het boek maakt zijn ondertitel half waar. Afgezien van een korte proloog bestaat het uit vijf delen: korte, losse notities gedateerd 1974-1983, over hoe de auteur aangetrokken werd tot Italie; dito notities 1983-1985 onder de titel Rome, over zijn activiteiten in die stad; idem 1985-1994, getiteld Romeins Buitenleven; een kort hoofdstukje onder de titel Naar de teen van de Laars; Calabrie 1995-nu. Pas in dit laatste hoofdstuk, dat nog niet de helft van het boek beslaat, zijn we in Calabrie. Simek beschrijft in korte notities zijn vestiging, met vrouw en kinderen, in het half ontvolkte dorpje Pantaleo en vooral: hoe de dorpelingen leven en de Simeks met hen. Dit hoofdstuk is zeer interessant, ook omdat de rol van de Calabrese maffia (‘Ndrangheta) duidelijk aan de orde komt.

Dr. M.C.A. v.d. Heijden

Schermafbeelding 2014-09-14 om 14.51.09
Theateragenda
  • No Events
Cartoons van Anone